Informasie oor die woord som (Nederlands → Esperanto: sumo)

Sinonieme: som gelds, bedrag

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/ˈsɔm/
Afbrekingsom
Geslaghistories vroulik, teënwoordig ook manlik
Meervoudsommen

Verkleinwoord
EnkelvoudMeervoud
sommetjesommetjes

Voorbeelde van gebruik

Bovendien had hij aan de speeltafel enorme sommen verloren.
Heeft een minstreel ooit gezongen van een som van duizend zilveren ponden?
Hij zal een grote som vragen voor zijn inspanningen, en om in de toekomst nog buitensporiger eisen te voorkomen, moet ik afdingen.

Vertalinge

Afrikaansbedrag
DuitsBetrag; Summe
Engelssum
Esperantosumo
Friesbedrach