Informasie oor die woord boerenkinkel (Nederlands → Esperanto: kampulo)

Sinonieme: boer, landman, plattelander

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/ˈbuːrə(ŋ)ˈkɪŋkəl/
Afbrekingboe·ren·kin·kel
Geslagmanlik
Meervoudboerenkinkels

Voorbeelde van gebruik

Ziet hij ons aan voor boerenkinkels?
Wil jij dat we Settra bezoeken gekleed als boerenkinkels?
Hij begreep natuurlijk best waar de hertog op doeldde, maar vatte de grap goedmoedig op, net als elke boerenkinkel.
We zijn heus niet allemaal boerenkinkels, wat u ook van ons mag denken.

Vertalinge

Deensbonde; landmand
DuitsBauer; Landmann
Engelspeasant; countryman
Esperantokampulo
Faroëesbóndi
Franslaboureur; paysan
Friesboer
Grieksαγρότης
Italiaanscontadino
Jamaikaanse Patoisfaama
Katalaanscamperol
Latynagoris
Nederduitsbuur
Noorsbonde
Papiamentskunukero
Portugeescamponês; fazendeiro
SaterfriesBuur
Spaansaldeano; campesino; labrador
Sweedsbonde
Thaiชาวไร่; ชาวนา
Yslandsbóndi