Informasie oor die woord opperhoofd (Nederlands → Esperanto: tribestro)

Sinonieme: stamhoofd, stamleider, hoofdeling

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/ˈɔpərɦoft/
Afbrekingop·per·hoofd
Geslagonsydig
Meervoudopperhoofden

Voorbeelde van gebruik

Ik ben het geheel met het opperhoofd eens.
De barbaren mompelden en keken vragend naar de priester en hun opperhoofd, Donal.

Vertalinge

DuitsHäuptling
Engelschief; chieftain
Esperantotribestro
Portugeeschefe de tribo
SaterfriesHaudling