Informasie oor die woord overdragen (Nederlands → Esperanto: komuniki)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈovərdraɣə(n)/
Afbrekingover·dra·gen

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) draag over(ik) droeg over
(jij) draagt over(jij) droeg over
(hij) draagt over(hij) droeg over
(wij) dragen over(wij) droegen over
(jullie) dragen over(jullie) droegen over
(gij) draagt over(gij) droegt over
(zij) dragen over(zij) droegen over
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) overdrage(dat ik) overdroege
(dat jij) overdrage(dat jij) overdroege
(dat hij) overdrage(dat hij) overdroege
(dat wij) overdragen(dat wij) overdroegen
(dat jullie) overdragen(dat jullie) overdroegen
(dat gij) overdraget(dat gij) overdroeget
(dat zij) overdragen(dat zij) overdroegen
Gebiedende wys
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
draag overdraagt over
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
overdragend, overdragende(hebben) overgedragen

Voorbeelde van gebruik

De bacterie wordt overgedragen door vlooien.

Vertalinge

Esperantokomuniki