Informasie oor die woord stijgen (Nederlands → Esperanto: plialtiĝi)

Sinoniem: oplopen

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈstɛɪ̯ɣə(n)/
Afbrekingstij·gen

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) stijg(ik) steeg
(jij) stijgt(jij) steeg
(hij) stijgt(hij) steeg
(wij) stijgen(wij) stegen
(jullie) stijgen(jullie) stegen
(gij) stijgt(gij) steegt
(zij) stijgen(zij) stegen
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) stijge(dat ik) stege
(dat jij) stijge(dat jij) stege
(dat hij) stijge(dat hij) stege
(dat wij) stijgen(dat wij) stegen
(dat jullie) stijgen(dat jullie) stegen
(dat gij) stijget(dat gij) steget
(dat zij) stijgen(dat zij) stegen
Gebiedende wys
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
stijgstijgt
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
stijgend, stijgende(zijn) gestegen

Voorbeelde van gebruik

Men beginne met twee‐ of driemaal daags 0,5 mg, en stijge tot een voldoende vermindering van de afscheiding is verkregen.

Vertalinge

Duitssteigen
Engelsrise; go up
Esperantoplialtiĝi