Informasie oor die woord bergen (Nederlands → Esperanto: savi)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈbɛrɣə(n)/
Afbrekingber·gen

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) berg(ik) borg
(jij) bergt(jij) borg
(hij) bergt(hij) borg
(wij) bergen(wij) borgen
(jullie) bergen(jullie) borgen
(gij) bergt(gij) borgt
(zij) bergen(zij) borgen
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) berge(dat ik) borge
(dat jij) berge(dat jij) borge
(dat hij) berge(dat hij) borge
(dat wij) bergen(dat wij) borgen
(dat jullie) bergen(dat jullie) borgen
(dat gij) berget(dat gij) borget
(dat zij) bergen(dat zij) borgen
Gebiedende wys
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
bergbergt
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
bergend, bergende(hebben) geborgen

Voorbeelde van gebruik

De drie containers die op 21 december boven Texel in de Noordzee belandden, zijn geborgen.
Desondanks was het pas na enige aarzeling dat Biggles toestemde de kostbare lading te helpen bergen.
Omdat het te hard waait, is het niet veilig genoeg om de vrachtwagen te bergen.

Vertalinge

Engelssalvage
Esperantosavi
Friesbergje