Informasie oor die woord woud (Nederlands → Esperanto: arbejo)

Sinonieme: bos, bosland

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/ʋʌʊ̯t/
Afbrekingwoud

Voorbeelde van gebruik

Ze woonde dertig mijl van de stad in een groots eenzaam slot in het grootse eenzame woud.
De zon verdween achter een wolkenbank en op hetzelfde ogenblik voerde de weg een dicht woud binnen.

Vertalinge

Chinook-jargonstik
DuitsWald
Engelsforest
Esperantoarbejo; arbaro
Grieksδρυμός
Nederduitsbos; wald