Informasie oor die woord groot (Nederlands → Esperanto: granda)

Woordsoortbyvoeglike naamwoord
Uitspraak/ɣrot/
Afbrekinggroot

Trappe van vergelyking

Stellende trapgroot
Vergrotende trapgroter
Oortreffende trapgrootst

Verbuiging

 Stellende trapVergrotende trapOortreffende trap
Predikatiefgrootgroter(het) grootst, (het) grootste
AttributiefOnbepaaldManlike en vroulike meervoudgrotegroteregrootste
Onsydige enkelvoudgrootgrotergrootst
Meervoudgrotegroteregrootste
Bepaaldgrotegroteregrootste
Partitiefgrootsgroters 

Voorbeelde van gebruik

Dat was zijn grote vergissing.
Wat denk je dat jouw grootste fout is?
Nu was alles klaar voor de grote aanval.
We hebben één groot voordeel.
Hoe groot is de massa van dit lichaam?
Ruim drie miljoen mensen zijn getroffen door grote overstromingen in Noordoost‐India en Bangladesj.
Dan is er een groot wonder gebeurd.
Hij bleef weer achter en wel op nog grotere afstand dan tevoren.

Vertalinge

Afrikaansgroot
Deensstor
Duitsgroß
Engelsbig; great; large; major
Esperantogranda
Friesgrut
Nederduitsgrout
Swahili‐kubwa
Walliesmawr