Informasie oor die woord overblijven (Nederlands → Esperanto: resti)

Sinonieme: resten, resteren, over zijn

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈovərblɛɪ̯və(n)/
Afbrekingover·blij·ven

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) blijf over(ik) bleef over
(jij) blijft over(jij) bleef over
(hij) blijft over(hij) bleef over
(wij) blijven over(wij) bleven over
(jullie) blijven over(jullie) bleven over
(gij) blijft over(gij) bleeft over
(zij) blijven over(zij) bleven over
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) overblijve(dat ik) overbleve
(dat jij) overblijve(dat jij) overbleve
(dat hij) overblijve(dat hij) overbleve
(dat wij) overblijven(dat wij) overbleven
(dat jullie) overblijven(dat jullie) overbleven
(dat gij) overblijvet(dat gij) overblevet
(dat zij) overblijven(dat zij) overbleven
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
overblijvend, overblijvende(zijn) overgebleven

Voorbeelde van gebruik

Tijdens het mouten wordt veel van het gluten afgebroken maar sporen ervan blijven vaak over.
Van de twaalf metgezellen van Thorin waren er tien overgebleven.
Dan blijven er nog twee over.

Vertalinge

Duitsbleiben
Engelsremain; be left
Esperantoresti
Fransrester