Informasie oor die woord aantreffen (Nederlands → Esperanto: trovi)

Sinonieme: vinden, treffen

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈantrɛfə(n)/
Afbrekingaan·tref·fen

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) tref aan(ik) trof aan
(jij) treft aan(jij) trof aan
(hij) treft aan(hij) trof aan
(wij) treffen aan(wij) troffen aan
(jullie) treffen aan(jullie) troffen aan
(gij) treft aan(gij) troft aan
(zij) treffen aan(zij) troffen aan
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) aantreffe(dat ik) aantroffe
(dat jij) aantreffe(dat jij) aantroffe
(dat hij) aantreffe(dat hij) aantroffe
(dat wij) aantreffen(dat wij) aantroffen
(dat jullie) aantreffen(dat jullie) aantroffen
(dat gij) aantreffet(dat gij) aantroffet
(dat zij) aantreffen(dat zij) aantroffen
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
aantreffend, aantreffende(hebben) aangetroffen

Voorbeelde van gebruik

In de zaal van het kasteel trof de tempelier De Bracy aan.
Hij zei dat wij de man hier zouden aantreffen.
Lucas had hem thuis niet aangetroffen en gehoopt hem hier te vinden.

Vertalinge

Afrikaansvind; aantref
Duitsantreffen
Esperantotrovi
Franstrouver
Nederduitsantreffen; vinden