Informasie oor die woord uitschrijven (Nederlands → Esperanto: skribi)

Sinoniem: beschrijven

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈœʏ̯tsxrɛɪ̯və(n)/
Afbrekinguit·schrij·ven

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) schrijf uit(ik) schreef uit
(jij) schrijft uit(jij) schreef uit
(hij) schrijft uit(hij) schreef uit
(wij) schrijven uit(wij) schreven uit
(jullie) schrijven uit(jullie) schreven uit
(gij) schrijft uit(gij) schreeft uit
(zij) schrijven uit(zij) schreven uit
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) uitschrijve(dat ik) uitschreve
(dat jij) uitschrijve(dat jij) uitschreve
(dat hij) uitschrijve(dat hij) uitschreve
(dat wij) uitschrijven(dat wij) uitschreven
(dat jullie) uitschrijven(dat jullie) uitschreven
(dat gij) uitschrijvet(dat gij) uitschrevet
(dat zij) uitschrijven(dat zij) uitschreven
Gebiedende wys
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
schrijf uitschrijft uit
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
uitschrijvend, uitschrijvende(hebben) uitgeschreven

Voorbeelde van gebruik

Ze schreven twee bekeuringen uit.
Het casino schreef een cheque voor hem uit van 1.064.676,00 euro.
Ik heb de cheque wel uitgeschreven, maar het geld is niet van mij.
Zal ik een cheque uitschrijven?

Vertalinge

Afrikaansskryf
Duitsschreiben
Engelswrite
Esperantoskribi
Papiamentsskirbi; skibi