Informasie oor die woord voorafgaand (Nederlands → Esperanto: antaŭa)

Sinonieme: eerder, verleden, voorgaand, vorig, vroeger

Woordsoortbyvoeglike naamwoord
Uitspraak/voːˈrɑfxant/
Afbrekingvoor·af·gaand

Voorbeelde van gebruik

Afgezien van de vliegdekschepen die in de twee voorafgaande dagen verloren waren gegaan, was de Mikuma het grootste Japanse oorlogsschip dat sinds het begin van de oorlog tot zinken werd gebracht.

Vertalinge

Afrikaansvorige; verlede
Duitsvorig
Engelspreceding; previous; prior
Esperantoantaŭa
Fransantérieur
Friesferline
Nederduitsverleaden; vrogger; eyrder
Papiamentsanterior