Informasie oor die woord verbolgen (Nederlands → Esperanto: kolera)

Sinonieme: boos, kwaad, toornig, nijdig, verstoord, vertoornd, gram, gramstorig, vergramd, pissig

Woordsoortbyvoeglike naamwoord
Uitspraak/vərˈbɔlɣə(n)/
Afbrekingver·bol·gen

Voorbeelde van gebruik

En zonder zich te storen aan het getier van de verbolgen grijsaard, droegen zij het beeldhouwwerk, onder het poortje door, stadwaarts om het op slot Bommelstein te gaan bevestigen.
Ook in andere NAVO‐landen zijn oud‐militairen verbolgen over de uitspraken van Trump.
Dat merkte de verbolgen heer.

Vertalinge

Afrikaanskwaad; boos
Deensvred
Duitsarg; böse; zornig; aufgebracht; ärgerlich
Engelsangry
Engels (Ou Engels)abelgan; yrre
Esperantokolera
Fransen colère
Friesgek; lilk
Grieksοργισμένος; θυμωμένος
Hongaarsharagos; mérges
Italiaansirato
Jiddishבײז
Nederduitskwåd; giftig; hällig; vergreld
Noorssint
Papiamentskrou; rabiá
Poolsrozgniewany
Saterfriesdul; ferduld; gräl; lälk; näielk; niedich; oolk
Spaansenfadado; enojado
Sweedsarg; ilsken; vred; vredgad
Thaiโมโห; โกรธ
Turkskızgın; öfkeli
Yslandsreiður