Informasie oor die woord hengsel (Nederlands → Esperanto: tenilo)

Sinonieme: handvat, hals, heft, knop, steel, hecht, greep

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/ˈɦɛŋsəl/
Afbrekinghen·gsel

Voorbeelde van gebruik

En voordat iemand begreep wat hij van plan was, had hij een emmer water bij het hengsel genomen en deze met een rake zwaai over het hoofd van de komiek gestulpt.

Vertalinge

DuitsGefäß; Griff; Handhabe; Heft; Knauf; Stiel
Engelshandle
Esperantotenilo
Faroëeshandtak; honk
Italiaanstenaglie
Nederduitsstealen
Portugeesasa; cabo; tenaz
SaterfriesHondsel; Hächt; Steel; Knoop
Spaansasa; mango
Tsjeggiesdržadlo; rukojeť; topůrko