Informasie oor die woord aftreden (Nederlands → Esperanto: abdiki)

Sinonieme: afstand doen, afstand doen van

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈɑftredə(n)/
Afbrekingaf·tre·den

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) treed af(ik) trad af
(jij) treedt af(jij) trad af
(hij) treedt af(hij) trad af
(wij) treden af(wij) traden af
(jullie) treden af(jullie) traden af
(gij) treedt af(gij) tradt af
(zij) treden af(zij) traden af
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) aftrede(dat ik) aftrade
(dat jij) aftrede(dat jij) aftrade
(dat hij) aftrede(dat hij) aftrade
(dat wij) aftreden(dat wij) aftraden
(dat jullie) aftreden(dat jullie) aftraden
(dat gij) aftredet(dat gij) aftradet
(dat zij) aftreden(dat zij) aftraden
Gebiedende wys
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
treed aftreedt af
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
aftredend, aftredende(zijn) afgetreden

Voorbeelde van gebruik

Aangenomen wordt thans dat admiraal Yamamoto ten slotte dreigde te zullen aftreden als opperbevelhebber over de gezamenlijke vloot, tenzij zijn plan werd aangenomen.

Vertalinge

Afrikaansafdank; afstand doen van
Duitsabdanken; zurücktreten
Engelsabdicate; resign
Esperantoabdiki