Informasie oor die woord afdingen (Nederlands → Esperanto: marĉandado)

Sinonieme: knibbelarij, gepingel, koehandel, gesjacher

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/ˈɑvdɪŋə(n)/
Afbrekingaf·din·gen
Geslagonsydig

Voorbeelde van gebruik

Mijn oom betaalde zonder afdingen.
Het afdingen ging verder.

Vertalinge

Esperantomarĉandado