Informasie oor die woord altijdgroen (Nederlands → Esperanto: ĉiamverda)

Sinoniem: groenblijvend

Woordsoortbyvoeglike naamwoord
Uitspraak/ˈɑltɛɪ̯txrun/
Afbrekingal·tijd·groen

Verbuiging

Predikatief
AttributiefOnbepaaldManlike en vroulike meervoudaltijdgroene
Onsydige enkelvoudaltijdgroen
Meervoudaltijdgroene
Bepaaldaltijdgroene
Partitiefaltijdgroens

Voorbeelde van gebruik

De oorspronkelijke vegetatie, nu zo goed als geheel verdwenen, is een altijdgroen loofbos van steeneiken.
Daar bond ik hem aan een paar altijdgroene bomen vast, wreef hem over zijn nek en zei hem dat ik zo terug zou zijn.

Vertalinge

Duitsimmergrün
Engelsevergreen
Esperantoĉiamverda
Grieksαειθαλής
Latynsempervirens
Portugeessempre‐verde; sempre‐viva
Skotsevergreen