Informasie oor die woord decorum (Nederlands → Esperanto: dececo)

Sinonieme: fatsoen, gepastheid, voegzaamheid, welvoeglijkheid, zedigheid

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/deˈkorəm/, /deˈkorɵm/
Afbrekingde·co·rum
Geslagonsydig

Voorbeelde van gebruik

Hoe valt dit soort gedrag te verzoenen met het decorum van alledag?
En ofschoon ze brandde van nieuwsgierigheid om te weten waarvoor hij die breipen nodig had, verbood haar gevoel voor decorum ernaar te vragen.

Vertalinge

DuitsAnständigkeit
Engelsdecorum
Esperantodececo
Portugeesdecência; decoro