Informasie oor die woord koers (Nederlands → Esperanto: kurso)

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/kuːrs/
Afbrekingkoers
Geslagmanlik
Meervoudkoersen

Voorbeelde van gebruik

Het vliegtuig veranderde iets van koers.
Hij zei tegen de kapitein dat hij deze koers moest blijven volgen, en ging toen naar beneden naar de radiohut.
Op 3 december (4 december in Japan) wijzigde de vloot zijn koers.

Vertalinge

Afrikaanskoers
DuitsKurs
Engelscourse
Esperantokurso
Fransroute
Italiaanscorso; rotta
Portugeespercurso