Informasie oor die woord boomkruin (Nederlands → Esperanto: arbosupro)

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/ˈbomkrœʏ̯n/
Afbrekingboom·kruin
Geslaghistories vroulik, teënwoordig ook manlik
Meervoudboomkruinen

Voorbeelde van gebruik

De wind woei kil door de pas en ze hoorden de boomkruinen beneden zich kreunen en steunen.

Vertalinge

Esperantoarbosupro