Informasie oor die woord uitspitten (Nederlands → Esperanto: elŝpati)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈœʏ̯tspɪtə(n)/
Afbrekinguit·spit·ten

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) spit uit(ik) spitte uit
(jij) spit uit(jij) spitte uit
(hij) spit uit(hij) spitte uit
(wij) spitten uit(wij) spitten uit
(jullie) spitten uit(jullie) spitten uit
(gij) spit uit(gij) spittet uit
(zij) spitten uit(zij) spitten uit
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) uitspitte(dat ik) uitspitte
(dat jij) uitspitte(dat jij) uitspitte
(dat hij) uitspitte(dat hij) uitspitte
(dat wij) uitspitten(dat wij) uitspitten
(dat jullie) uitspitten(dat jullie) uitspitten
(dat gij) uitspittet(dat gij) uitspittet
(dat zij) uitspitten(dat zij) uitspitten
Gebiedende wys
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
spit uitspit uit
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
uitspittend, uitspittende(hebben) uitgespit

Voorbeelde van gebruik

En ga dan rapen uitspitten voor de grote zwarte ketel.

Vertalinge

Esperantoelŝpati