Informasie oor die woord grandeur (Nederlands → Esperanto: grandiozeco)

Sinonieme: verhevenheid, grootsheid

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/ɡrɑ̃ˈdør/
Afbrekinggran·deur
Geslagmanlik

Voorbeelde van gebruik

Je plan heeft in ieder geval de verdienste dat het blijk geeft van grandeur.
Ik ben volledig gespeend van grandeur.
Ik geniet van de grandeur.

Vertalinge

DuitsGrandiosität; Großartigkeit
Engelsgrandeur; splendour
Esperantograndiozeco; grandiozo
Grieksαίγλη
Spaansgrandiosidad; magnitud