Informasie oor die woord slaapplek (Nederlands → Esperanto: dormloko)

Sinonieme: nachtleger, slaapplaats

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/ˈslaplɛk/
Afbrekingslaap·plek

Voorbeelde van gebruik

Overdag maakt de boommarter gebruik van verschillende slaapplekken.

Vertalinge

DuitsSchlafplatz; Schlafgelegenheit
Esperantodormloko; dormoloko