Informasie oor die woord heten (Nederlands → Esperanto: varmegigi)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ɦetə(n)/
Afbrekinghe·ten

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) heet(ik) heette
(jij) heet(jij) heette
(hij) heet(hij) heette
(wij) heten(wij) heetten
(jullie) heten(jullie) heetten
(gij) heet(gij) heettet
(zij) heten(zij) heetten
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) hete(dat ik) heette
(dat jij) hete(dat jij) heette
(dat hij) hete(dat hij) heette
(dat wij) heten(dat wij) heetten
(dat jullie) heten(dat jullie) heetten
(dat gij) hetet(dat gij) heettet
(dat zij) heten(dat zij) heetten
Gebiedende wys
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
heetheet
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
hetend, hetende(hebben) geheet

Voorbeelde van gebruik

Ondertussen werd de oven geheet.

Vertalinge

Engelsheat
Esperantovarmegigi
Nederduitsverhitten