Informasie oor die woord delibereren (Nederlands → Esperanto: interkonsiliĝi)

Sinonieme: beraadslagen, overléggen, overleg plegen, zich beraden, ruggespraak plegen

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/delibeˈrerə(n)/
Afbrekingde·li·be·re·ren

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) delibereer(ik) delibereerde
(jij) delibereert(jij) delibereerde
(hij) delibereert(hij) delibereerde
(wij) delibereren(wij) delibereerden
(jullie) delibereren(jullie) delibereerden
(gij) delibereert(gij) delibereerdet
(zij) delibereren(zij) delibereerden
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) deliberere(dat ik) delibereerde
(dat jij) deliberere(dat jij) delibereerde
(dat hij) deliberere(dat hij) delibereerde
(dat wij) delibereren(dat wij) delibereerden
(dat jullie) delibereren(dat jullie) delibereerden
(dat gij) delibereret(dat gij) delibereerdet
(dat zij) delibereren(dat zij) delibereerden
Gebiedende wys
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
delibereerdelibereert
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
delibererend, delibererende(hebben) gedelibereerd

Vertalinge

Duitsüberlegen; sich beraten
Engelsdeliberate
Esperantointerkonsiliĝi; konsiliĝi
Saterfriesuurlääse
Spaansdeliberar