Informasie oor die woord vinger (Nederlands → Esperanto: fingro)

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/ˈvɪŋər/
Afbrekingvin·ger
Geslagmanlik
Meervoudvingers, vingeren

Verkleinwoord
EnkelvoudMeervoud
vingertjevingertjes

Voorbeelde van gebruik

Om de vingers van haar zijden handschoenen droeg ze verscheidene benen ringen.

Vertalinge

Esperantofingro