Informasie oor die woord leuga (Nederlands → Esperanto: leŭgo)

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/ˈløɣa/
Afbrekingleu·ga

Voorbeelde van gebruik

Op een heuvel, ongeveer tien leuga ten noordoosten van Tilos, stond een
toren.

Vertalinge

Engelsleague
Esperantoleŭgo
Spaanslegua