Informasie oor die woord gemeentelijk (Nederlands → Esperanto: municipa)

Woordsoortbyvoeglike naamwoord
Uitspraak/ɣəˈmentələk/
Afbrekingge·meen·te·lijk

Verbuiging

Predikatief
AttributiefOnbepaaldManlike en vroulike meervoudgemeentelijke
Onsydige enkelvoudgemeentelijk
Meervoudgemeentelijke
Bepaaldgemeentelijke
Partitiefgemeentelijks

Voorbeelde van gebruik

Als hij in 2011 wil toeslaan in de Tweede Kamer, loopt hij alleen maar risico’s in het jaar tussen de gemeentelijke en de landelijke verkiezingen.
Ook steeds meer jongeren onder de 25 kloppen bij de gemeentelijke kredietbanken aan.

Vertalinge

Afrikaansmunisipaal
Esperantomunicipa; komunuma
Friesgemeentlik