Informasie oor die woord bureau (Nederlands → Esperanto: kontoro)

Sinoniem: kantoor

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/byːˈro/
Afbrekingbu·reau
Geslagonsydig
Meervoudbureaus

Voorbeelde van gebruik

Eenmaal buiten gekomen besloot hij naar het bureau van de Rommeldamse Courant te gaan om zich eerst te beklagen en daarna nadere inlichtingen te vragen.
Hij voegde de daad bij het woord en even later stapte hij het bureau van de politiechef binnen.
Hij hoorde voetstappen zijn bureau naderen en zonder op te kijken, wist hij dat het zijn secretaresse was.

Vertalinge

Afrikaanskantoor
Deenskontor
DuitsBüro; Kontor; Office
Engelsoffice
Esperantokontoro
Faroëesskrivstova
Fransbureau
Frieskantoar
Italiaansufficio
Katalaansdespatx; oficina; taulell
Nederduitskantoor
Noorskontor
Papiamentskantor; ofisina
Portugeesescritório
SaterfriesBüro; Geschäftskoomere; Kontor; Geskäftskoomere
Spaansdespacho; oficina
Sranankantoro
Swahiliofisi; afisi
Sweedsbyrå; kontor