Informasie oor die woord duet (Nederlands → Esperanto: dueto)

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/dyˈʋɛt/
Afbrekingdu·et
Meervoudduetten

Voorbeelde van gebruik

Mijn vrouw en ik zijn over dus we zingen een duet.

Vertalinge

DuitsDuett
Engelsduet
Esperantodueto
Hongaarsduett; kettős
Italiaansduetto
Portugeesdueto
Spaansdueto
Sweedsduett
Tsjeggiesduet; dvojzpěv