Informasie oor die woord rapalje (Nederlands → Esperanto: kanajlaro)

Sinonieme: canaille, geboefte, schorremorrie, gespuis, grauw, schorem, tuig

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/raˈpɑljə/
Afbrekingra·pal·je

Voorbeelde van gebruik

Maar doet de overheid dan niets tegen dit rapalje?
Het geroezemoes van de andere klanten verstomde en ze staarden onaangedaan in de ruimte alsof ze Conan in de verste verte niet kenden en niemand van de rest van het rapalje dat Abuletes’ kroeg bevolkte.
Ik heb vernomen dat het rapalje van Akel ons wil annexeren.

Vertalinge

DuitsGesindel; Lumpenpack; Pack
Engelsrabble; riff‐raff
Esperantokanajlaro
SaterfriesGöitjen; Pakfoulk
Yslandsskríll; múgur