Informasie oor die woord beredderen (Nederlands → Esperanto: ordigi)

Sinonieme: regelen, ruimen, opruimen, schikken, terechtbrengen, opredderen, redderen, sorteren

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/bəˈrɛdərə(n)/
Afbrekingbe·red·de·ren

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) beredder(ik) beredderde
(jij) bereddert(jij) beredderde
(hij) bereddert(hij) beredderde
(wij) beredderen(wij) beredderden
(jullie) beredderen(jullie) beredderden
(gij) bereddert(gij) beredderdet
(zij) beredderen(zij) beredderden
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) bereddere(dat ik) beredderde
(dat jij) bereddere(dat jij) beredderde
(dat hij) bereddere(dat hij) beredderde
(dat wij) beredderen(dat wij) beredderden
(dat jullie) beredderen(dat jullie) beredderden
(dat gij) beredderet(dat gij) beredderdet
(dat zij) beredderen(dat zij) beredderden
Gebiedende wys
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
beredderbereddert
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
beredderend, beredderende() beredderd

Voorbeelde van gebruik

Ik heb hier genoeg te beredderen.

Vertalinge

Deensindrette; rede; rydde op
Engelsarrange; put in order
Esperantoordigi; ordi
Faroëesskipa fyri; stíla fyri
Fransordonner; ranger; régler
Noorsinnrede
Poolsporządkować
Portugeesarranjar; arrumar; ordenar
Roemeensaranja; ordona
Spaansarreglar
Sweedsinreda
Yslandsinnrétta