Informasie oor die woord landbouwer (Nederlands → Esperanto: agrokulturisto)

Sinoniem: akkerbouwer

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/ˈlɑndbʌʊ̯ʋər/
Afbrekingland·bou·wer
Geslagmanlik
Meervoudlandbouwers

Voorbeelde van gebruik

We zullen eens aan die landbouwer daar vragen waar het prettiger is.
Die maken altijd ruzie, want de een is een landbouwer en de andere een visser.

Vertalinge

Afrikaanslandbouer
DuitsAckerbauer; Landwirt; Bauer
Engelsagriculturist; tiller
Esperantoagrokulturisto; agrikulturisto; terkultivisto; terkulturisto
Grieksγεωργός
Papiamentsagrikultor
Russiesаграрный
SaterfriesBuur