Informasie oor die woord spook (Nederlands → Esperanto: fantomo)

Sinonieme: fantoom, geest, schim

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/spok/
Afbrekingspook
Geslagonsydig
Meervoudspoken

Verkleinwoord
EnkelvoudMeervoud
spookjespookjes

Voorbeelde van gebruik

Er is geen spook dat bij daglicht verschijnt.
En wees niet bang dat het hier in huis spookt en dat je vannacht lastig zult worden gevallen door een spook gekleed in een lijkwade en behangen met kettingen.
Er kan tenslotte niets gebeuren, want spoken bestaan niet, zoals iedereen weet.
Het was een nacht voor spoken.
Dit wordt de eerste keer dat ik me met een spook zal bezighouden.
Ik heb je al zo vaak gezegd dat er geen spoken bestaan.

Vertalinge

Afrikaansspook; gees
Deensspøgelse
DuitsGespenst
Engelsghost; apparition
Esperantofantomo; ombro; reaperanto
Finskummitus; aave; haamu
Fransfantôme
Friesspûk; spok
Grieksφάντασμα
Hongaarskísértet
Italiaansfantasma
Jamaikaanse Patoisdopi
Katalaansfantasma
Latynmanes; larva; spiritus
Maleishantu
Nederduitsgeyst
Noorsspøkelse
Papiamentszumbi
Poolsduch
Portugeesfantasma de um morto; fantasma
Russiesпривидение; призрак
SaterfriesGäist; Spouk; Phantom
Spaansfantasma
Sweedsspöke
Tagalogmultó
Thaiผี
Tsjeggiespřízrak; duch
Turkshayalet; hortlak
Walliesysbryd
Yslandsdraugur