Informasie oor die woord sluimering (Nederlands → Esperanto: dormeto)

Sinonieme: dutje, hazeslaapje, sluimer

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/ˈslœʏ̯mərɪŋ/
Afbrekingslui·me·ring
Geslagvroulik

Voorbeelde van gebruik

Na een onrustige sluimering van een uur of drie vier stonden wij, als bij afspraak, weer op om de schat nader te bekijken.

Vertalinge

DuitsSchläfchen
Engelsnap
Esperantodormeto
Friesdodze
Katalaansmigdiada
Portugeessesta; sono curto
Spaanssiesta
Sweedsblund; tupplur