Informasie oor die woord zuipen (Nederlands → Esperanto: drinkegi)

Sinoniem: hijsen

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/zœʏ̯pə(n)/
Afbrekingzui·pen

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) zuip(ik) zoop
(jij) zuipt(jij) zoop
(hij) zuipt(hij) zoop
(wij) zuipen(wij) zopen
(jullie) zuipen(jullie) zopen
(gij) zuipt(gij) zoopt
(zij) zuipen(zij) zopen
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) zuipe(dat ik) zope
(dat jij) zuipe(dat jij) zope
(dat hij) zuipe(dat hij) zope
(dat wij) zuipen(dat wij) zopen
(dat jullie) zuipen(dat jullie) zopen
(dat gij) zuipet(dat gij) zopet
(dat zij) zuipen(dat zij) zopen
Gebiedende wys
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
zuipzuipt
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
zuipend, zuipende(hebben) gezopen

Voorbeelde van gebruik

Maar die heeft gisteren vast ook te veel gezopen.

Vertalinge

Duitsfürchterlich saufen; saufen
Esperantodrinkegi