Informasie oor die woord lukken (Nederlands → Esperanto: esti sukcesa por)

Sinoniem: gelukken

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈlɵkə(n)/
Afbrekingluk·ken

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(hij) lukt(hij) lukte
(zij) lukken(zij) lukten
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat hij) lukke(dat hij) lukte
(dat zij) lukken(dat zij) lukten
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
lukkend, lukkende(zijn) gelukt

Voorbeelde van gebruik

Het zal je nooit lukken.
Misschien was het hun al gelukt.
Als het zelfs May tot drie keer toe mét een meerderheid niet is gelukt, waarom zou Johnson het dan nogmaals proberen?

Vertalinge

Duitsgelingen
Esperantoesti sukcesa por
Nederduitslüken