Informasie oor die woord plunderen (Nederlands → Esperanto: deflori)

Sinonieme: ontmaagden, schennen

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈplɵndərə(n)/
Afbrekingplun·de·ren

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) plunder(ik) plunderde
(jij) plundert(jij) plunderde
(hij) plundert(hij) plunderde
(wij) plunderen(wij) plunderden
(jullie) plunderen(jullie) plunderden
(gij) plundert(gij) plunderdet
(zij) plunderen(zij) plunderden
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) plundere(dat ik) plunderde
(dat jij) plundere(dat jij) plunderde
(dat hij) plundere(dat hij) plunderde
(dat wij) plunderen(dat wij) plunderden
(dat jullie) plunderen(dat jullie) plunderden
(dat gij) plunderet(dat gij) plunderdet
(dat zij) plunderen(dat zij) plunderden
Gebiedende wys
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
plunderplundert
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
plunderend, plunderende(hebben) geplunderd

Vertalinge

Afrikaansontmaag
Duitsdeflorieren; entjungfern; schänden; plündern; die Schönheit nehmen von; den Reiz nehmen von
Esperantodeflori