Informasie oor die woord vliegtuig (Nederlands → Esperanto: aeroplano)

Sinonieme: hangglider, kist

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/ˈvlixtœʏ̯x/
Afbrekingvlieg·tuig
Geslagonsydig
Meervoudvliegtuigen

Verkleinwoord
EnkelvoudMeervoud
vliegtuigjevliegtuigjes

Voorbeelde van gebruik

Een Russisch militair vliegtuig is dinsdag neergestort bij de stad Ivanovo.
Reddingswerkers in Alaska hebben een zoekactie op touw gezet, nadat een vliegtuig niet op zijn bestemming was aangekomen.
De Verenigde Staten hebben maandag het vliegtuig van de Venezolaanse president Nicolás Maduro in beslag genomen.
En waar moet dat vliegtuig landen?
Daar is een vliegtuig in moeilijkheden.

Vertalinge

DuitsAeroplan; Drachenflieger; Flugzeug
Engelsaeroplane; plane; airplane
Esperantoaeroplano
Fransaéroplane; avion; avions
Grieksαεροπλάνο
Jiddishעראָפּלאַן
Papiamentsairoplano; airoiplano
Portugeesaeroplano; avião
SaterfriesÄroplan; Flieger
Spaansaeroplano
Swahilieropleni
Tsjeggiesaeroplán; letadlo; letoun