Informasie oor die woord verslinden (Nederlands → Esperanto: vori)

Sinonieme: leven van, zich voeden met

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/vərˈslɪndə(n)/
Afbrekingver·slin·den

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) verslind(ik) verslond
(jij) verslindt(jij) verslond
(hij) verslindt(hij) verslond
(wij) verslinden(wij) verslonden
(jullie) verslinden(jullie) verslonden
(gij) verslindt(gij) verslondt
(zij) verslinden(zij) verslonden
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) verslinde(dat ik) verslonde
(dat jij) verslinde(dat jij) verslonde
(dat hij) verslinde(dat hij) verslonde
(dat wij) verslinden(dat wij) verslonden
(dat jullie) verslinden(dat jullie) verslonden
(dat gij) verslindet(dat gij) verslondet
(dat zij) verslinden(dat zij) verslonden
Gebiedende wys
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
verslindverslindt
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
verslindend, verslindende(hebben) verslonden

Voorbeelde van gebruik

Terwijl de wolven mij verslinden denk ik, dat is pech.
Daar bevond zich juist een koningsdochter, die op het punt stond door een draak verslonden te worden.

Vertalinge

Engelsdevour
Esperantovori