Informasie oor die woord basstem (Nederlands → Esperanto: baso)

Sinonieme: bas, baszanger

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/ˈbɑstɛm/
Afbrekingbas·stem
Geslaghistories vroulik, teënwoordig ook manlik
Meervoudbasstemmen

Voorbeelde van gebruik

„Ik neem aan”, zei mevrouw Caldicott met haar basstem, „dat de prijs bij de reiskosten inbegrepen is?”

Vertalinge

DuitsBaß; Baßstimme
Engelsbass
Esperantobaso
Katalaansbaix
Portugeesbaixo
Russiesбас
SaterfriesBass; Bassin; Persäin
Spaansbajo