Informasie oor die woord antenne (Nederlands → Esperanto: anteno)

Sinonieme: voelspriet, voelhoorn

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/ɑnˈtɛnə/
Afbrekingan·ten·ne
Geslaghistories vroulik, teënwoordig ook manlik
Meervoudantennes, antennen

Voorbeelde van gebruik

Hij stak een glibberige antenne uit zijn huisje en toen nog een.

Vertalinge

Deensantenne
DuitsFühler; Fühlhorn
Engelsantenna
Esperantoanteno
Faroëeskampur
Fransantenne
Grieksκεραία
Hongaarsantenna
Italiaansantenna
Katalaansantena
Papiamentsantèna
Portugeesantena
Russiesантенна
SaterfriesTaaster; Fäiler; Fäilhouden; Antenne
Spaansantena
Swahiliuzi wa redio
Turksanten; havaî