Informasie oor die woord ongeluk (Nederlands → Esperanto: akcidento)

Sinonieme: ongeval, accident, malheur

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/ˈɔŋɣəlɵk/
Afbrekingon·ge·luk
Geslagonsydig
Meervoudongelukken

Verkleinwoord
EnkelvoudMeervoud
ongelukjeongelukjes

Voorbeelde van gebruik

Hij sloot zijn ogen en probeerde zich te herinneren of hij een ongeluk had gehad.
De zevende september verliep zonder ongelukken.

Vertalinge

Afrikaansongeluk; ongeval
Albaniesaksident; fatkeqësi
Deensulykke; ulykkestilfælde
DuitsUnfall; Unglücksfall; Unglück
Engelsaccident; misadventure; mishap
Esperantoakcidento
Faroëesvanlukka
Finsonnettomuus; tapaturma
Fransaccident; sinistre
Friesûngelok
Grieksδυστύχημα; ατύχημα
Hongaarsbaleset
Italiaansaccidente; disgrazia; incidente
Jamaikaanse Patoisaksident
Kabilieslaksida (ⵍⴰⴽⵙⵉⴷⴰ)
Katalaansdesgràcia; accident
Latynaccidens; casus
LuxemburgsAccident
Maleiskecelakaan
Noorsulykke
Papiamentsaksidente; desgrasia
Poolswypadek
Portugeesacidente; sinistro
Roemeensaccident
Russiesнесчастный случай
SaterfriesUunfal
Spaansaccidente; desgracia
Srananonkoloku
Swahilitukio baya
Sweedsofall; olycksfall
Thaiอุบัติเหตุ
Tsjeggiesúraz; nehoda; neštěstí
Turksarıza; kaza; olay
Yslandsóhapp; slys