Informasie oor die woord woordvoerster (Nederlands → Esperanto: porparolantino)

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/ˈʋortfuːrstər/
Afbrekingwoord·voer·ster

Voorbeelde van gebruik

Dat zei een woordvoerster van het parket in Den Bosch zaterdag.

Vertalinge

Engelsspokeswoman
Esperantoporparolantino
Spaansportavoz