Informasie oor die woord expres (Nederlands → Esperanto: rapidtrajno)

Sinonieme: sneltrein, exprestrein

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/ɛksˈprɛs/
Afbrekingex·pres
Geslagmanlik
Meervoudexpressen

Voorbeelde van gebruik

Een groep mannen wachtte de expres op.
De expres naar Calais was opvallend slecht bezet.
In de eerste plaats bent u tien dagen geleden met de expres uit Berlijn gekomen.

Vertalinge

Afrikaanssneltrein
Deensiltog
DuitsEilzug; Schnellzug; Intercity; Intercity‐Expreßzug
Engelsexpress; express train
Esperantorapidtrajno; eksprestrajno; ekspreso
Italiaanstreno rapido
Noorshurtigtog
Portugeesexpresso; rápido
SaterfriesIelsuch
Spaansrápido
Sweedsblixttåg; snälltåg