Informasie oor die woord koersen (Nederlands → Esperanto: direkti sin)

Sinonieme: stevenen, afstevenen

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈkuːrsə(n)/
Afbrekingkoer·sen

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) koers(ik) koerste
(jij) koerst(jij) koerste
(hij) koerst(hij) koerste
(wij) koersen(wij) koersten
(jullie) koersen(jullie) koersten
(gij) koerst(gij) koerstet
(zij) koersen(zij) koersten
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) koerse(dat ik) koerste
(dat jij) koerse(dat jij) koerste
(dat hij) koerse(dat hij) koerste
(dat wij) koersen(dat wij) koersten
(dat jullie) koersen(dat jullie) koersten
(dat gij) koerset(dat gij) koerstet
(dat zij) koersen(dat zij) koersten
Gebiedende wys
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
koerskoerst
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
koersend, koersende(hebben) gekoerst

Voorbeelde van gebruik

Hij koerste naar het westen, naar Friesgalt, de grote rode schijf achterna terwijl deze zakte.

Vertalinge

Duitssich richten
Engelsbear down; make
Esperantodirekti sin