Informasie oor die woord treeplank (Nederlands → Esperanto: ŝtupo)

Sinonieme: opstapje, opstap, tree, trede, traptrede

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/ˈtreplɑŋk/
Afbrekingtree·plank

Voorbeelde van gebruik

Bij de treeplank van de slaapwagen stond een jonge Franse luitenant, een fraaie verschijning in zijn kleurige uniform.

Vertalinge

Esperantoŝtupo