Informasie oor die woord kamerdienaar (Nederlands → Esperanto: ĉambristo)

Sinoniem: lijfknecht

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/ˈkamərdinaːr/
Afbrekingka·mer·die·naar
Geslagmanlik
Meervoudkamerdienaars, kamerdienaren

Voorbeelde van gebruik

U was de kamerdienaar van prins Michael?
„Ik ga nu een bad nemen”, zei hij tegen een van de kamerdienaren.

Vertalinge

DuitsKammerdiener
Engelsvalet; man‐servant
Esperantoĉambristo; valeto
Spaansayuda de cámara