Informasie oor die woord vent (Nederlands → Esperanto: ulo)

Sinonieme: kerel, knul, persoon, snuiter, sujet, gast, gozer, pee

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/vɛnt/
Afbrekingvent
Geslagmanlik
Meervoudventje

Voorbeelde van gebruik

Laat die vent eens kijken naar zijn eigen land!
En voordat die vent mij opbelde, had ik nog nooit van Van Vlaanderen gehoord.
Als we die vent levend te pakken krijgen, die Conan, wat gaan ze dan met hem doen?

Vertalinge

Deensfyr
DuitsKerl
Engelschap; fellow; guy
Engels (Ou Engels)ceorl
Esperantoulo
Finsolio
Fransindividu
Poolsosobnik