Informasie oor die woord trottoir (Nederlands → Esperanto: trotuaro)

Sinoniem: stoep

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/trɔˈtʋaːr/
Afbrekingtrot·toir
Geslagonsydig
Meervoudtrottoirs

Verkleinwoord
EnkelvoudMeervoud
trottoirtjetrottoirtjes

Voorbeelde van gebruik

Ik ging naar buiten en ging langs het trottoir staan om een taxi aan te roepen.
Martin Beck opende het portier aan de kant van het trottoir en zette één voet op straat.
De Saint stond op het andere trottoir met een sigaret in de mond en overzag de omtrek in peinzend stilzwijgen.
In zittende houding kwam hij op het trottoir terecht waar hij gelegenheid had om zijn gedachten wat te ordenen.

Vertalinge

Deensfortov
DuitsBürgersteig; Gehweg; Trottoir
Engelspavement; footpath
Esperantotrotuaro
Faroëesgongubreyt
Franstrottoir
Friesgongpaad; stoepe
Katalaansvorera
Papiamentsalsera; asera; stupi; tròtuar
Portugeescalçada; passeio
SaterfriesBurgersteech; Gungwai; Trottoir
Skots-Gaeliescabhsair
Spaansacera
Sweedsgångbana; trottoar